ECLI:NL:PHR:2005:AR5387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het griffierecht bij cassatie beperkt tot deelvordering
In deze zaak is een verzet ingesteld tegen de hoogte van het door de griffier van de Hoge Raad vastgestelde griffierecht van 625 euro in een cassatieprocedure tussen de Staat en een eiseres. De Staat had cassatieberoep ingesteld tegen een deel van de vordering die door het hof was toegewezen, namelijk 4.435,35 euro van een totale vordering van ruim 24.000 euro. De opposant betoogde dat het griffierecht berekend moest worden over het bedrag van 4.435,35 euro, omdat het cassatieberoep zich slechts op dat deel richtte.
De griffier verdedigde de vaststelling van het griffierecht over het volledige bedrag van de oorspronkelijke vordering, verwijzend naar vaste jurisprudentie waarin wordt gesteld dat het griffierecht gebaseerd moet zijn op het bedrag waarover de rechter in de vorige instantie heeft beslist. De Hoge Raad oordeelde echter dat het verzet gegrond is en dat bij de berekening van het griffierecht in cassatie moet worden aangeknoopt bij het bedrag van de vordering waar het cassatieberoep zich op beperkt, in dit geval 4.435,35 euro.
De Hoge Raad vernietigde de beslissing van de griffier en stelde het vast recht vast op 230 euro, passend bij het beperkte financiële belang van de cassatieprocedure. Hiermee wordt bevestigd dat het griffierecht in cassatie niet automatisch over de volledige oorspronkelijke vordering hoeft te worden berekend wanneer het cassatieberoep zich beperkt tot een deel daarvan.
Uitkomst: Het verzet tegen de vaststelling van het griffierecht wordt gegrond verklaard en het griffierecht wordt vastgesteld op 230 euro.