ECLI:NL:PHR:2005:AR4496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling en bijzondere geschiktheid bij onteigening voor dijkversterking
De zaak betreft de onteigening van een perceel in dijkvak D ten behoeve van dijkversterking door het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld en geoordeeld dat het onteigende afzonderlijk verkoopbaar was, geen bijzondere geschiktheid had en dat het overblijvende geen waardevermindering onderging.
[Eiseres] stelde cassatieberoep in tegen deze conclusies, met name over de verkoopbaarheid, de berekening van bijzondere geschiktheid en waardevermindering van het overblijvende. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank het oordeel over verkoopbaarheid voldoende gemotiveerd heeft, maar dat het oordeel over bijzondere geschiktheid onvoldoende is onderbouwd omdat niet alle relevante dijkvakken zijn betrokken in de vergelijking.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte zonder nadere motivering aannam dat het overblijvende geen waardevermindering ondergaat, vooral gezien de discussie over het bebouwingspercentage en de mogelijke gevolgen voor uitbreidingsmogelijkheden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nader feitelijk onderzoek naar de bijzondere geschiktheid en waardevermindering van het overblijvende.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor nader onderzoek naar bijzondere geschiktheid en waardevermindering.