ECLI:NL:HR:2004:AQ6947
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste schadeloosstelling bij onteigening voor wegverbreding ondanks betwisting bijzondere geschiktheid en MINAS-schade
In deze zaak gaat het om een geschil over de schadeloosstelling bij onteigening van grond ten behoeve van de ombouw tot een dubbelbaans autoweg van Rijksweg 31. De eigenaar van de onteigende percelen betwistte het vonnis van de Rechtbank dat de onteigening ten algemenen nutte was en dat de schadeloosstelling correct was vastgesteld.
De Rechtbank had geoordeeld dat het onteigende geen bijzondere geschiktheid bezat voor het beoogde werk, omdat de bodemgesteldheid vergelijkbaar was met aangrenzende gronden. Deskundigen en eiser stelden echter dat de zandige en licht leemhoudende bodem een bijzondere geschiktheid bood, wat lagere aanlegkosten zou betekenen. De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank de juiste maatstaf hanteerde en dat de deskundigen onvoldoende hadden aangetoond dat het onteigende zich onderscheidde van andere gronden in de omgeving.
Daarnaast betwistte eiser de afwijzing van MINAS-schade, die verband houdt met het verlies van mestcapaciteit. De Rechtbank achtte deze schade niet aannemelijk omdat op de peildatum nog een overschot aan mestcapaciteit bestond en toekomstige regelgeving onzeker was. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp het beroep.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van de Rechtbank, waarbij eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de Rechtbank wordt bevestigd.