ECLI:NL:HR:2005:AR4496
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering en bijzondere geschiktheid bij onteigening dijkperceel
In deze zaak staat de onteigening van een perceel dat deel uitmaakt van een waterkerende dijk centraal. Het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard had vervroegd onteigening gevorderd van een klein gedeelte grond ten behoeve van dijkverbetering. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op ruim €13.800, inclusief rente en voorschot. De eiseres betwistte de waardering van het onteigende perceel, met name de wijze waarop rekening werd gehouden met bestemmings- en gebruiksbeperkingen en de verkoopbaarheid van het perceel los van het overblijvende.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het onteigende perceel zonder het overblijvende in de praktijk verkoopbaar is en dat de waarde niet op basis van de verkoopwaarde van het gehele perceel hoeft te worden bepaald. Ook werd bevestigd dat de bijzondere geschiktheid van het onteigende voor het onteigeningsdoel moet worden beoordeeld door vergelijking met soortgelijke dijklichamen binnen hetzelfde dijkvak. De rechtbank had dit correct gedaan door alleen dijkvak D te betrekken.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het overblijvende perceel geen waardevermindering ondergaat door de onteigening, mede gezien het maximale bebouwingspercentage. De zaak werd daarom vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing over dit punt. De Hoge Raad veroordeelde het Hoogheemraadschap tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de waardevermindering van het overblijvende perceel.