1 Het beroep- en verweerschrift voor het Hof evenals het beroep- en verweerschrift in cassatie maken daarnaast overigens melding van verhuur van twee woningen en een caravanstalling.
2 Het hoofd van de Belastingdienst Particulieren/Ondernemingen te P.
3 Uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 oktober 2001, nr. 00/3306, niet gepubliceerd.
4 Meyjes, Van Soest, Van den Berge, en Van Gelderen, Fiscaalprocesrecht, Kluwer-Deventer, 1997, blz. 206.
5 Noot Meyjes c.s.: Zie HR 10 oktober 1984, BNB 1985/18, met noot van H.J. Hofstra; HR 3 april 1985, BNB 1986/74, met noot van J.P. Scheltens; HR 8 mei 1985, BNB 1985/270, met noot van H.J. Hofstra; HR 19 juni 1985, BNB 1985/257, met noot van F.W.G.M. van Brunschot; HR 29 april 1987, BNB 1987/192; HR 9 september 1987, BNB 1988/1, met noot van H.J. Hofstra; HR 22 maart 1989, BNB 1989/147; HR 22 november 1989, BNB 1990/15.
6 Noot Meyjes c.s.: Zie HR 9 oktober 1985, BNB 1985/319.
7 Noot Meyjes c.s.: Zie HR 10 oktober 1984, BNB 1985/18, met noot van H.J. Hofstra. Vergelijk HR 6 november 1985, BNB 1986/45; Hof 's-Gravenhage 9 mei 1988, BNB 1990/130.
8 Noot Meyjes c.s.: Vergelijk HR 24 januari 1990, BNB 1990/287, met noot van H.J. Hofstra.
9 Noot Meyjes c.s.: Vergelijk HR 1 juni 1987, BNB 1987/306, met conclusie van A-G Verburg.
10 Namelijk het onderdeel waarin wordt verwezen naar de statuten van belanghebbende.
11 HR 2 mei 1984, nr. 22 153, BNB 1984/295, met noot van Simons.
12 HvJ EG 1 april 1982, nr. 89/81, EG 1982, blz. 01277, tevens opgenomen in BNB 1982/311, met noot van Tuk (zie voor deze noot BNB 1982/312).
13 In zijn noot bij HR 6 oktober 1982, nr. 20 260, BNB 1982/312.
14 HvJ EG 21 september 1988, zaak 50/87 (Commissie/Frankrijk), Jur EG 1988, blz. 04797, tevens opgenomen in BNB 1994/306, met noot van Simons (zie voor de noot BNB 1994/307).
15 Het woordgebruik in de Engelse en de Franse (de procestaal in de onderhavige zaak) teksten van het arrest vertoont grote overeenkomsten met het in de Nederlandse tekst gehanteerde "vrijgevigheid", namelijk "involving a concession" respectievelijk "comme une libérté. De Duitse tekstversie lijkt nog wat verder te gaan gezien het gebruik van het begrip "unentgeltliche Zuwendung" (kosteloos, gratis, pro Deo).
16 Fed 1991/203.
17 Reugenbrink en Van Hilten, Omzetbelasting, Fed-Deventer, 1997, blz. 82.
18 Swinkels, De belastingplichtige en de Europese BTW, Vermande, 2001, blz. 166 en 167
19 Van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW, Fed-Deventer, 1999, blz. 26.
20 Van Hilten, De maatstaf van de BTW-heffing: hoe subjectief is subjectief?, WFR 1995/76.
21 Ik ga overigens niet in op de strekking van het gelijkluidende begrip, dat wordt gehanteerd in artikel 1, tweede lid, van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968.
22 HR 16 juni 1993, nr. 28 619 na conclusie van A-G Van den Berge, BNB 1993/256.
23 Ik denk hierbij aan klantenbinding en reclame (het vermaarde plakje worst bij de slager en de trouwe-klanten-korting). Deze beweegredenen komen hierna nog aan de orde in onderdeel 6. hierna, waar het gaat om "samenhangende activiteiten".
24 HR 22 juni 1994, nr. 29 870, BNB 1994/307, met noot van Simons.
25 Zie in dit verband ook de terughoudende toetsing door de Hoge Raad in BNB 1993/256 (Cultureel-filosofische bibliotheek) en BNB 1994/307 (verhuur zwembad).
26 HR 1 april 1987, nr. 23 732, na conclusie van A-G van den Berge, BNB 1987/189, met noot van Ploeger.
27 HR 17 februari 1988, nr. 24 275, na conclusie van A-G Van Soest, BNB 1988/147, met noot van Reugenbrink.
28 HR 14 juni 1989, nr. 25 204, BNB 1989/245.
29 HR 16 juni 1993, nr. 28 619, na conclusie van A-G Van den Berge, BNB 1993/256.
30 Fed 1993/647.
31 HR 30 augustus 1996, nr. 31 009, BNB 1996/391, met noot van Van Hilten.
32 HR 15 december 1999, nr. 34 958, BNB 2000/128, met noot van Simons.
33 HR 26 januari 2000, nr. 35 199, BNB 2000/129, met noot van Simons.
34 HR 24 juli 2001, nr. 36 579, BNB 2001/350, met noot van Van Kesteren.