ECLI:NL:PHR:2004:AR1235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering tot vervanging van mentor ondanks verstoorde vertrouwensrelatie
De zaak betreft een verzoek van de zoon om zijn moeder als mentor te ontslaan en een ander als mentor te benoemen, vanwege een verstoorde vertrouwensrelatie en vermeende tekortkomingen in de uitvoering van het mentorschap.
De rechtbank en het hof verwierpen dit verzoek, stellende dat de spanningen tussen zoon en moeder voortkomen uit de verstandelijke handicap en gedragsproblemen van de zoon, en niet uit tekortkomingen van de moeder als mentor. Het hof oordeelde dat er geen gewichtige redenen waren voor ontslag van de mentor.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'gewichtige redenen' niet beperkt is tot tekortschieten van de mentor, maar ook kan zien op het ontbreken van een vertrouwensrelatie. Echter, het hof heeft voldoende gemotiveerd waarom het verzoek is afgewezen, waarbij het belang van de betrokkene en de aard van de verstandelijke handicap zijn meegewogen.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en geen sprake is van een onbegrijpelijke motivering of lacune. De mogelijkheid tot ontslag op verzoek van de mentor zelf blijft open.
De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling van de vertrouwensrelatie en de belangen van de betrokkene een zaak is voor de feitenrechter, waarbij ook de toekomstverwachting een rol speelt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de zoon wordt verworpen en de moeder blijft mentor.