ECLI:NL:PHR:2004:AO9131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsconstructie bij gebruik van meerdere geschriften in strafzaak op grond van art. 344 lid 1 onder 5o Sv
In deze cassatieprocedure richt het beroep zich tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verzoeker is veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen en overtreding van de Opiumwet. Het geschil betreft de bewijsvoering waarbij schriftelijke weergaven van afgeluisterde telefoongesprekken als 'andere geschriften' ex art. 344 lid 1 onder Pro 5o Sv zijn gebruikt.
De conclusie van de Procureur-Generaal betoogt dat het vereiste verband tussen deze geschriften niet afhankelijk is van de aard van het andere bewijsmiddel. De Hoge Raad bevestigt dat meerdere geschriften van dezelfde categorie elkaar kunnen bevestigen en samen voldoende bewijs kunnen vormen. Dit betekent dat de bewijsmiddelen gezamenlijk duidelijk moeten maken dat zij betrekking hebben op het bewezen feit en dat zij betrouwbaar zijn.
Hoewel het hof niet expliciet heeft beredeneerd op welke gronden het uit de telefoongesprekken heeft afgeleid dat het om cocaïne ging, wordt dit oordeel niet vernietigd omdat de bewijsmiddelen samen voldoende steun bieden. Wel wordt opgemerkt dat de kwalificatie van het feit moet worden aangepast naar medeplegen. De conclusie van de Hoge Raad is dat het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen en overtreding van de Opiumwet blijft in stand.