ECLI:NL:PHR:2004:AO9094
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak deelneming criminele organisatie
In deze zaak is de verdachte veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam wegens deelneming aan een criminele organisatie waarvan hij oprichter en bestuurder was. De opgelegde straf bestond uit twee jaar gevangenisstraf en een geldboete van €45.000, bij gebreke van betaling te vervangen door 170 dagen hechtenis.
Het cassatieberoep richt zich onder meer op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat de stukken van het geding pas anderhalf jaar na het instellen van cassatie bij de Hoge Raad zijn binnengekomen. De Hoge Raad oordeelt dat deze overschrijding niet kan worden gecompenseerd door voortvarende behandeling, waardoor matiging van de straf noodzakelijk is.
Daarnaast is geklaagd over het ontbreken van een beslissing ex artikel 353 Sv Pro over inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad stelt dat de verdachte geen belang meer heeft bij deze klacht, omdat het beslag inmiddels is afgedaan door teruggave van de voorwerpen, met uitzondering van vals geld.
Verder zijn diverse middelen verworpen, waaronder klachten over bewijsmiddelen die zouden berusten op gissingen of veronderstellingen. De Hoge Raad vernietigt het arrest slechts voor de straf en vermindert de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het overige beroep wordt verworpen.