ECLI:NL:PHR:2004:AO6022
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris inzake aanwezigheid gefailleerde bij getuigenverhoor
Verzoeker is in staat van faillissement verklaard en mr. Aerts benoemd tot curator. Tijdens een getuigenverhoor ex artikel 66 Faillissementswet Pro besloot de rechter-commissaris (r-c) dat verzoeker niet aanwezig mocht zijn vanwege de aard van het verhoor, bedoeld om de achtergronden van het faillissement op te helderen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij het hof, dat dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het niet tijdig en bij de juiste instantie was ingediend.
Verzoeker stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de beslissing van de r-c een beschikking is waarop artikel 67 Faillissementswet Pro van toepassing is, die een bijzondere beroepsmogelijkheid biedt binnen vijf dagen bij de rechtbank. De Hoge Raad verwierp het betoog van verzoeker dat de beslissing niet onder artikel 66 en Pro 67 Fw valt en dat het beroep bij het hof had moeten worden ingesteld.
De Hoge Raad benadrukte dat de faillissementsprocedure een eigen karakter heeft en dat de regeling van artikel 67 Fw Pro exclusief is voor beslissingen van de r-c. Ook verwees de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie die het belang van deze bijzondere beroepsmogelijkheid bevestigt. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het hof terecht had geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was vanwege de niet-tijdige en verkeerde indiening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en het hof verklaarde zijn hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening bij de verkeerde instantie.