ECLI:NL:PHR:2004:AO5030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring valsheid in geschrift bij aanvraag verblijfsvergunning
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, wegens medeplegen van het opzettelijk vervalsen van een waardekaart en valsheid in geschrift. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat het hof ten onrechte de woorden 'doen opnemen' als strafbaar handelen had opgevat.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof met de bewezenverklaring en de kwalificatie van valsheid in geschrift de woorden 'doen opnemen' slechts als feitelijke beschrijving van het delict had bedoeld. Het hof had voldoende bewijs dat verdachte de aanvraag voor een verblijfsvergunning valselijk had opgemaakt door onjuiste nationaliteit te vermelden en deze aanvraag te ondertekenen.
Verder verwierp de Hoge Raad de klachten over onvoldoende motivering van het opzet, het niet reageren op het verweer omtrent taalbarrière en de betrouwbaarheid van verklaringen, en het verweer dat verdachte door een pseudo-koop tot het delict zou zijn gekomen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de bewijsmiddelen juist had gewogen en dat het cassatieberoep faalt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, blijft in stand.