ECLI:NL:PHR:2004:AO4044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen plicht tot nadere motivering betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer zedenmisdrijf
In deze zaak is verzoeker door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens meermalen gepleegd seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter. De zaak draaide voornamelijk om de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer, die mede gebaseerd waren op therapeutische herinneringen en rapporten van deskundigen.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren, onder meer vanwege het gebruik van geleide herinnering en mogelijke beïnvloeding door therapeuten, en bracht een deskundigenrapport in. Het hof baseerde zijn oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaringen echter uitsluitend op eigen waarneming en de inhoud van de verklaringen zelf, zonder de deskundigenrapporten mee te wegen.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter binnen de grenzen van de wet vrij is om te bepalen welk bewijsmateriaal hij betrouwbaar acht en dat hij niet verplicht is om een nadere motivering te geven over de betrouwbaarheid van verklaringen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals een onderbouwd en gedocumenteerd verweer dat een wetenschappelijk of technisch onderzoeksmethode betwist. In deze zaak ontbraken dergelijke uitzonderlijke omstandigheden.
Ook oordeelt de Hoge Raad dat het proces-verbaal van de zitting, waarin het slachtoffer achter gesloten deuren werd gehoord, niet nietig is, omdat na afloop de zitting weer openbaar was. De cassatie wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en oordeelt dat het hof niet verplicht was nader te motiveren waarom het de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar achtte.