ECLI:NL:PHR:2004:AO4011
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepasselijkheid Europese aanbestedingsrichtlijn op eerste berging personenauto's door Staat
Deze zaak betreft de vraag of de Staat verplicht is om de eerste berging van personenauto's na incidenten op het hoofdwegennet aan te besteden volgens de Europese Richtlijn Diensten. De bergers vorderden dat de aanbestedingsprocedure van de Staat, die zij betoogden niet conform de Richtlijn te zijn, zou worden ingetrokken en opnieuw zou worden gestart. De Staat en Stichting Incident Management Nederland (Stichting IMN) stelden dat de aanbesteding niet onder de Richtlijn valt omdat de Stichting als opdrachtgever optreedt, niet de Staat.
De voorzieningenrechter en het hof 's-Gravenhage wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de Staat niet steeds als opdrachtgever optreedt voor de eerste berging, mede omdat een praktijk is gegroeid waarbij auto-eigenaren via hun verzekeraars zelf voor verwijdering zorgen. De Stichting IMN geeft namens de verzekeraars opdrachten tot eerste berging. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat voor de toepasselijkheid van de Richtlijn niet beslissend is dat de opdracht betrekking heeft op een publiekrechtelijke taak, maar wie de feitelijke opdrachtgever is.
De Hoge Raad benadrukt dat de functionele uitleg van de Richtlijn niet meebrengt dat de Staat als aanbestedende dienst moet worden beschouwd als de opdracht feitelijk door een andere entiteit wordt gegeven. Ook de vordering tot aanbesteding van de inrichting en exploitatie van het Centraal Meldpunt voor Incidenten (CMI) werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De Hoge Raad concludeert dat de Staat niet gehouden is tot aanbesteding van eerste bergingen volgens de Richtlijn Diensten en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat niet als aanbestedende dienst geldt voor eerste berging en wijst het cassatieberoep af.