ECLI:NL:PHR:2004:AO2779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over voortbestaan ontbonden rechtspersoon en afstand van vorderingsrecht
De zaak betreft een geschil tussen Zohar Foods International B.V. en een groothandelaar over een levering van rozijnen en een vordering van Zohar wegens niet-nakoming van de overeenkomst. Zohar had een faxbericht van 2 maart 1999 gestuurd waarin zij de gerechtelijke procedure wilde beëindigen. Het hof verklaarde Zohar niet-ontvankelijk omdat zij volgens het handelsregister was opgehouden te bestaan en afstand had gedaan van haar vorderingsrecht.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof over het ophouden te bestaan van Zohar onjuist is omdat een inschrijving in het handelsregister geen constitutieve werking heeft en onjuist kan zijn. Het bestaan van een bate, zoals een vordering in een lopend rechtsgeding, is voldoende om voortbestaan aan te nemen. Het hof heeft ten onrechte de toetsing van het oordeel van het bestuur beperkt tot procedures tot heropening van de vereffening.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het faxbericht van 2 maart 1999 als definitieve afstand van het vorderingsrecht moet worden gezien, terwijl Zohar stelde dat het een conceptbrief was in het kader van schikkingsonderhandelingen. Ook is onvoldoende vastgesteld of het faxbericht daadwerkelijk aan de wederpartij is verzonden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Hiermee wordt de mogelijkheid geopend dat Zohar als ontbonden rechtspersoon met een bate nog steeds in rechte kan optreden en dat de vordering inhoudelijk beoordeeld kan worden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof.