ECLI:NL:PHR:2004:AO1284
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugvordering onverschuldigde betaling bij valse bankopdracht
In deze zaak vordert National Westminster Bank PLC (NatWest) terugbetaling van een bedrag dat zij onverschuldigd aan Jeka Holding BV betaalde op basis van een valse betalingsopdracht van een vermeende cliënt, Camomille Associates Ltd. De rechtbank en het hof bevestigden dat NatWest onverschuldigd betaalde en dat Jeka de terugbetaling verschuldigd is, waarbij het hof oordeelde dat Jeka niet te goeder trouw was.
Jeka stelde zich op het standpunt dat NatWest geen vordering uit onverschuldigde betaling toekomt omdat de betaling via een bankrekening tot stand kwam en de rekeninghouder als betaler moet worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat NatWest als bank zelf een prestatie jegens Jeka heeft verricht en dus een vordering uit onverschuldigde betaling kan instellen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat Jeka onvoldoende feiten had gesteld om haar goede trouw te onderbouwen, mede gelet op het ontbreken van verwijzingen in de betalingskenmerken en het feit dat Jeka na ontvangst van de betaling geen actie ondernam om de vermeende opdracht te verifiëren. Het bewijsaanbod van Jeka inzake het tripartiete contract werd als te vaag gepasseerd.
De Hoge Raad concludeerde dat de vordering van NatWest terecht is toegewezen en dat Jeka gehouden is tot terugbetaling van het bedrag, met inachtneming van de wettelijke rente vanaf het moment van verzuim. Het beroep van Jeka in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Jeka gehouden is tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag aan NatWest.