ECLI:NL:PHR:2004:AN7638
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen conservatoir beslag op grond van onduidelijk cassatiemiddel
De rechtbank te Assen heeft bij beschikking het beklag van verzoekster tegen conservatoir beslag in Luxemburg en België ongegrond verklaard en haar niet-ontvankelijk in het deel over beslaglegging op een B.V. Verzoekster heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld met een middel dat stelde dat art. 24 van Pro het Benelux Verdrag inzake uitlevering en rechtshulp geen conservatoir beslag zou omvatten.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel onvoldoende is gemotiveerd en niet voldoet aan de eisen van een stellige en duidelijke grief. Er is geen argumentatie gegeven waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn, noch in het middel zelf, noch in de toelichting of het klaagschrift. Hierdoor kan het middel niet als cassatiemiddel worden aangemerkt.
Verder is vastgesteld dat verzoekster niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie heeft ingediend, waardoor zij niet-ontvankelijk is in het beroep. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk en wijst het beroep af.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens onvoldoende gemotiveerd middel en niet-naleving van termijnen.