ECLI:NL:HR:2004:AN7638
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen beslaglegging in België en Luxemburg in strafrechtelijke rechtshulp
Klaagster verzocht de opheffing van conservatoire beslagen die in België en Luxemburg waren gelegd naar aanleiding van Nederlandse rechtshulpverzoeken in strafrechtelijke onderzoeken. De rechtbank verklaarde klaagster ontvankelijk voor het beklag, maar oordeelde dat de beslagen rechtmatig waren gelegd op grond van het Benelux-Verdrag en het Europees Verdrag inzake witwassen.
De Luxemburgse raadkamer had geoordeeld dat zij niet bevoegd was de geldigheid van de beslaglegging te toetsen, en klaagster had geen gebruik gemaakt van haar mogelijkheid om tegen het beslag in Luxemburg bezwaar te maken. De rechtbank vond het beslag proportioneel en noodzakelijk ter bewaring van toekomstige geldboetes of ontnemingsmaatregelen.
De Hoge Raad stelt vast dat het middel van klaagster, gericht tegen het oordeel dat conservatoir beslag onder het Benelux-Verdrag valt, niet slaagt. De Hoge Raad laat de juistheid van het oordeel over de verdragsgrondslag in het midden omdat klaagster geen bezwaar heeft gemaakt in Luxemburg. Het beroep wordt verworpen omdat geen gronden voor vernietiging aanwezig zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslaglegging in België en Luxemburg blijft gehandhaafd.