ECLI:NL:PHR:2004:AL8446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsgebruik proces-verbaal opsporingsambtenaar en recht op verhoor
De enkelvoudige kamer van het gerechtshof Arnhem veroordeelde de verdachte wegens het tweemaal onaangelijnd laten lopen van zijn hond op grond van de APV Hengelo. De verdachte stelde cassatie in tegen het gebruik van processen-verbaal die waren opgemaakt door een verbalisant waarvan de identiteit niet volledig bleek en verzocht om deze verbalisant te horen.
De Hoge Raad overwoog dat het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar die eigen waarnemingen vastlegt, moet worden aangemerkt als een betrouwbare verklaring waarop de wetgever een bijzonder vertrouwen stelt. De verdachte heeft het recht om de opsporingsambtenaar te ondervragen, maar dit verzoek moet tijdig en gemotiveerd worden gedaan.
Het hof had vastgesteld dat de anonieme verbalisant en de bekende opsporingsambtenaar één en dezelfde persoon waren, waardoor het proces-verbaal niet viel onder de bescherming van art. 344 lid 3 Sv Pro. Het verzoek van de verdachte om de verbalisant te horen werd afgewezen omdat het te laat en onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.