ECLI:NL:PHR:2004:AI0751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtens te beschermen vertrouwen bij salarissplitsing en dubbele belastingheffing
De zaak betreft een belanghebbende die sinds 1971 werkzaamheden verrichtte voor buitenlandse werkmaatschappijen en voor de Franse inkomsten aanspraak maakte op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting volgens de evenredigheidsmethode. Deze aanspraken werden jarenlang door de Inspecteur gehonoreerd. In 1993 wijzigde de Inspecteur zijn standpunt en verleende slechts vermindering voor het deel van de inkomsten dat toe te rekenen was aan feitelijke werkzaamheden in Frankrijk.
De belanghebbende beriep zich op door het Ministerie van Financiën gewekte vertrouwen, gebaseerd op een mededeling (DB89/6767) waarin werd gesteld dat het heffingsrecht over vergoedingen van bestuurders toekomt aan de staat van vestiging van de vennootschap, ongeacht waar de werkzaamheden werden verricht. Het Hof oordeelde dat de belanghebbende in redelijkheid op dit vertrouwen mocht rekenen en stelde hem in het gelijk.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte vertrouwen aan de mededeling toekende, omdat deze slechts ziet op bestuurdersbeloningen onder art. 16 van Pro het Verdrag en niet op loon uit niet-zelfstandige arbeid onder art. 15. De Hoge Raad oordeelt dat de mededeling objectief niet het vertrouwen kan wekken dat zij ook op art. 15-loon ziet en dat het Hof zijn oordeel niet kan handhaven. Het vertrouwen op de aanslagregeling was bovendien expliciet door de Inspecteur opgezegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek naar de overige gronden van het beroep op rechtens relevant vertrouwen. Tevens geeft de Hoge Raad een uitgebreide toelichting op de leerstukken omtrent vertrouwen, aanslagregeling en de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek.