ECLI:NL:PHR:2004:AI0746
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel en toepassing belastingverdrag bij salarissplitsing internationale directieleden
De zaak betreft een belanghebbende die sinds 1971 werkzaam is binnen een internationaal concern en inkomsten ontvangt van buitenlandse werkmaatschappijen, waaronder een Franse Sàrl. Hij heeft jarenlang aanspraak gemaakt op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting over zijn Franse inkomsten, waarbij hij uitging van volledige toewijzing aan Frankrijk op basis van een ministeriële mededeling (DB89/6767).
De Inspecteur wijzigde dit standpunt vanaf 1993 en verleende alleen vermindering over het deel van de inkomsten dat correspondeert met daadwerkelijk in Frankrijk verrichte arbeid. De belanghebbende beroept zich op door de fiscus gewekt vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat de mededeling van het Ministerie van Financiën rechtens te beschermen vertrouwen wekte dat de gehele Franse beloning aan Frankrijk werd toegerekend, ongeacht de feitelijke arbeidsplaats.
De Hoge Raad stelt echter dat de mededeling objectief niet kan worden uitgelegd als een toezegging over de gehele Franse beloning, maar slechts ziet op beloningen van bestuurders en commissarissen conform artikel 16 van Pro het belastingverdrag. De belanghebbende viel feitelijk onder artikel 15, dat de toewijzing baseert op de plaats van arbeid. Ook is het vertrouwen op de jarenlang gevolgde gedragslijn door de Inspecteur expliciet opgezegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek naar de overige gronden, waaronder het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nader feitelijk onderzoek.