ECLI:NL:PHR:2004:AI0676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing inbrengvrijstelling overdrachtsbelasting bij commanditaire vennootschap
In deze zaak staat de vraag centraal of de verkrijging van onroerende zaken door beherende vennoten van een commanditaire vennootschap (c.v.) is vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van de inbrengvrijstelling in artikel 15, lid 1, onderdeel e, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV).
De commanditaire vennootschap werd opgericht met een participatie-overeenkomst waarbij commanditaire vennoten hun registergoederen inbrachten en een belang van 5% behielden, terwijl 95% van de activa en het beheer aan de beherende vennoten toekwamen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat hij de vrijstelling niet van toepassing achtte. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de c.v. niet kon worden aangemerkt als een vennootschap in de zin van de vrijstellingsbepaling, omdat de overeenkomst niet gericht was op actieve samenwerking in het economische verkeer.
De Hoge Raad stelt dat het bijzondere karakter van de commanditaire vennootschap meebrengt dat de commanditaire vennoten zich onthouden van beheer en dat daardoor geen actieve samenwerking in de zin van het Hof vereist is. Het Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de c.v. niet als vennootschap kan worden aangemerkt vanwege het ontbreken van samenwerking. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor nader onderzoek naar de vraag of de verkrijging van de onroerende zaken door de beherende vennoten krachtens inbreng in de c.v. heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelt verder dat voor 95% sprake is van een overdracht die niet onder de vrijstelling valt, omdat de commanditaire vennoten hun belang en het beheer grotendeels hebben afgestaan aan de beherende vennoten. Voor het resterende 5% belang is wel sprake van inbreng en is de vrijstelling van toepassing. De zaak wordt derhalve terugverwezen voor nadere beoordeling van de feitelijke situatie en toepassing van de wet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de toepassing van de inbrengvrijstelling bij verkrijging door beherende vennoten van een commanditaire vennootschap.