ECLI:NL:PHR:2003:AN8263
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toelaatbaarheid uitlevering bij lopende en onherroepelijke strafvervolging in Nederland
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Polen aan Nederland voor strafbare feiten die ook in Nederland worden vervolgd. De Rechtbank Haarlem verklaarde de uitlevering toelaatbaar, ondanks dat de opgeëiste persoon op 11 februari 2003 door het Gerechtshof Amsterdam onherroepelijk was veroordeeld voor dezelfde feiten.
De verdediging stelde dat uitlevering ontoelaatbaar was vanwege deze onherroepelijke veroordeling, maar de rechtbank vond dat de veroordeling nog niet onherroepelijk was omdat het cassatieberoep nog liep. Dit cassatieberoep werd echter kort voor het vonnis ingetrokken, waardoor de veroordeling onherroepelijk werd.
De Hoge Raad oordeelt dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard voor de feiten waarvoor de opgeëiste persoon reeds onherroepelijk is veroordeeld in Nederland. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze uitlevering toelaatbaar verklaart voor die feiten. Voor de overige feiten blijft de uitlevering toelaatbaar. De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling van lopende strafvervolgingen aan de Minister van Justitie toekomt en dat uitlevering niet mag worden toegestaan indien er sprake is van een onherroepelijke veroordeling in Nederland voor dezelfde feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart uitlevering ontoelaatbaar voor feiten waarvoor de opgeëiste persoon reeds onherroepelijk in Nederland is veroordeeld en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor dat gedeelte.