ECLI:NL:PHR:2003:AJ1420
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof wegens onjuiste bewijsmotivering en kwalificatie lijkverbergen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van moord op zijn dochter en het verbergen van het lijk met het oogmerk de doodsoorzaak te verhullen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onterecht het bewijs vrijwel uitsluitend heeft gebaseerd op verklaringen van een medeverdachte die tevens moeder van het slachtoffer en echtgenote van de verdachte is, zonder nadere motivering ondanks de wisselende, onbetrouwbare en deels tegenstrijdige verklaringen van deze getuige. Dit schendt de motiveringsplicht bij twijfel over de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal.
Voorts stelt de Hoge Raad vast dat het hof het feit van het wegvoeren van het lijk onjuist kwalificeerde als lijk verbergen in de zin van art. 151 Sr Pro, terwijl het feitelijk slechts ging om het wegvoeren met het oogmerk de doodsoorzaak te verhullen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende motivering bewijs en onjuiste kwalificatie lijkverbergen; zaak verwezen voor hernieuwde berechting.