ECLI:NL:PHR:2003:AJ1111
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken vervolgingsbeletsel bij kernwapenbezit
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor meerdere opzettelijke zaaksbeschadigingen en het zich bevinden op andermans grond zonder recht. Verdachte stelde in hoger beroep dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het geen standpunt innam over de rechtmatigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied.
De verdediging beriep zich op internationale mensenrechtenverdragen en het advies van het Internationaal Gerechtshof over kernwapens, stellende dat het bezit en gebruik van kernwapens onrechtmatig is en daarmee de vervolging onrechtmatig. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat geen rechtsregel bestaat die kernwapens op Nederlands grondgebied verbiedt, noch dat het OM verplicht is een standpunt in te nemen over de rechtmatigheid daarvan.
De Hoge Raad bevestigt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beroep op niet-ontvankelijkheid niet in de feitelijke aanleg aan de rechter is voorgelegd en omdat het ontbreken van een vervolgingsbeletsel of ernstige procesorde-schending het OM niet kan worden verboden te vervolgen. De Hoge Raad wijst erop dat rechtvaardigingsgronden in de strafprocedure onderzocht moeten worden en niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De conclusie is dat de strafvervolging rechtmatig is en dat het beroep van verdachte op niet-ontvankelijkheid en rechtvaardiging faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de strafvervolging blijft gehandhaafd.