ECLI:NL:HR:2003:AJ1111
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens toepassing art. 9a Sr bij overtreding
De verdachte was in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder opzettelijke beschadiging van goederen en het zich bevinden op andermans grond zonder toestemming. Voor één van de feiten (parketnummer 01/050341-99 onder 2) paste het hof art. 9a Sr toe en legde geen straf of maatregel op.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 427 Sv Pro, sinds 1 januari 2002, geen cassatieberoep openstaat tegen arresten waarbij art. 9a Sr is toegepast en geen straf of maatregel is opgelegd, tenzij het een overtreding betreft van een gemeentelijke of provinciale verordening. Omdat dit niet het geval was, verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk voor dat onderdeel van het cassatieberoep.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het beroep, waarbij de middelen niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 14 oktober 2003.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in cassatie voor het feit waarop art. 9a Sr is toegepast; beroep voor het overige verworpen.