ECLI:NL:PHR:2003:AI1061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over toepassing artikel 61 Onteigeningswet bij infrastructuuronteigening
Deze zaak betreft een onteigeningsgeschil tussen eiser en de provincie Limburg en gemeente Kerkrade over de toepassing van artikel 61 van Pro de Onteigeningswet (Ow). Eiser was eigenaar van percelen die waren onteigend voor de aanleg van een weg. Na diverse procedures stelde eiser dat de onteigening moest worden teruggedraaid omdat niet binnen de wettelijke termijn met het werk was begonnen of dat de arbeid meer dan drie jaar was gestaakt.
De rechtbank en het hof verwierpen de vorderingen van eiser. Het hof oordeelde onder meer dat artikel 61 Ow Pro niet van toepassing was op de randpercelen die eiser vrijwillig had geleverd en dat ook voorbereidende werkzaamheden onder het begrip 'arbeid' vielen. Eiser stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat een koopovereenkomst, ook als die is gesloten met het oog op onteigening, niet onder artikel 61 Ow Pro valt. Voorts stelt de Hoge Raad dat bij infrastructuuronteigeningen alleen materiële werkzaamheden onder het begrip 'arbeid' in artikel 61 Ow Pro vallen en niet voorbereidende werkzaamheden. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.