ECLI:NL:PHR:2003:AI0868
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ruime beoordelingsvrijheid bij vaststelling partneralimentatie met nadruk op redelijkheid draagkracht en behoefte
In deze zaak staat de hoogte van de partneralimentatie tussen ex-partners centraal. De vrouw vordert een bijdrage in haar levensonderhoud van ƒ 12.500,- per maand, terwijl de man een lagere bijdrage van ƒ 4.000,- wenst. Het hof heeft de alimentatie vastgesteld op € 3.630,- per maand, waarbij het een ruime beoordelingsvrijheid hanteerde en niet uitsluitend uitging van een zuiver rekenkundige benadering van draagkracht en behoefte.
De Hoge Raad benadrukt dat beslissingen over alimentatie vaak berusten op een normatief redelijkheidsoordeel, waarbij niet alleen de feitelijke draagkracht en behoefte worden meegewogen, maar ook de redelijkheid van de verhouding tussen deze twee. Daarbij is het niet noodzakelijk om tot een exacte cijfermatige bepaling te komen. Het hof mocht ook rekening houden met factoren als de welstand tijdens het huwelijk, de duur van het huwelijk en het vermogen van partijen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht geen bijzondere plaats toekent aan de precieze datum waarop de alimentatiegerechtigde over vrijgekomen vermogen kan beschikken. Ook het feit dat de alimentatieplichtige door verkoop van de woning over liquiditeit beschikte, is niet relevant omdat dit gegeven niet in de procedure aan de orde was. De motivering van het hof is voldoende en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de alimentatie van € 3.630,- per maand blijft gehandhaafd.