ECLI:NL:HR:2003:AI0868
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.J.M. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over alimentatie na echtscheiding
De vrouw heeft bij de rechtbank echtscheiding en een alimentatiebijdrage van ƒ 12.500 per maand gevorderd. De man heeft dit betwist en een lagere bijdrage van ƒ 4.000 per maand gevorderd. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde een alimentatie van ƒ 10.500 per maand op aan de man. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de alimentatie verlaagde naar € 3.630 per maand met ingang van 25 juli 2001.
De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatievaststelling van het hof.