ECLI:NL:PHR:2003:AF8362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening aan gefailleerde vennootschappen
In deze zaak stond centraal of een dagvaarding aan de curator van gefailleerde vennootschappen als juiste betekening kan worden aangemerkt. De dagvaarding was gericht tegen de gefailleerde vennootschappen zelf, niet tegen de curator in diens hoedanigheid. De wet voorziet niet in een bijzondere regeling voor betekening aan gefailleerden, waardoor de gewone regels van art. 50 Rv Pro. van toepassing zijn.
De Hoge Raad stelde dat betekening aan het kantoor van de curator niet voldoet aan art. 50 Rv Pro., omdat de curator niet als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap optreedt in zaken die de vennootschap zelf betreffen. Dit leidt tot nietigheid van de dagvaarding op grond van art. 120 Rv Pro.
Vervolgens overwoog de Hoge Raad dat nietigheid slechts uitgesproken mag worden indien aannemelijk is dat het exploot de geadresseerde niet heeft bereikt. Gezien de aard van het faillissement en het feit dat de curator buiten de kwestie stond, werd aangenomen dat de dagvaarding de vennootschappen niet heeft bereikt. Daarom werd het gevraagde verstek geweigerd en werd de procedure als geëindigd beschouwd.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan de curator in plaats van aan de gefailleerde vennootschappen zelf.