ECLI:NL:PHR:2003:AF7884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aanvangstijdstip wettelijke rente bij inkomensschade na arbeidsongeval
In deze zaak staat centraal vanaf welk moment wettelijke rente verschuldigd is over een schadevergoeding wegens een arbeidsongeval op 2 juli 1987.
De werknemer raakte arbeidsongeschikt door een val van een steiger tijdens werkzaamheden en vorderde schadevergoeding van zijn voormalige werkgever. De schade werd berekend met het Audalet-programma, waarbij inkomensschade werd gekapitaliseerd met peildatum 1 januari 1997. De Rechtbank stelde dat de schadevergoeding geacht moet worden te zijn ontstaan op de dag van het ongeval, waardoor wettelijke rente vanaf 9 juli 1991 verschuldigd zou zijn.
De Hoge Raad stelt dat het tijdstip waarop schade geacht moet worden te zijn geleden mede afhangt van de wijze van schadebegroting. Bij een gekapitaliseerd bedrag ineens is niet automatisch de dag van het ongeval de peildatum; in deze zaak was dat 1 januari 1997. De Rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij toch de dag van het ongeval als peildatum hanteerde. Daarom wordt het vonnis vernietigd en verwezen voor nadere behandeling.
De uitspraak geeft een belangrijke nadere invulling aan de opeisbaarheid van inkomensschade en de berekening van wettelijke rente in letselschadezaken, waarbij ook de wijze van schadebegroting bepalend is voor het aanvangstijdstip van rente.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de schadebegroting en het aanvangstijdstip van wettelijke rente.