ECLI:NL:PHR:2003:AF6587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onduidelijke tenlastelegging ontuchtige handelingen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het enkel laten vastpakken van de penis door een minderjarige kan worden aangemerkt als het plegen van ontuchtige handelingen volgens artikel 247 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht. De raadsman van de verdachte voerde aan dat zijn cliënt geen ontuchtige handelingen had gepleegd omdat hij geen seksuele gevoelens had en het slachtoffer hem had aangeraakt, niet andersom.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat artikel 247 Sr Pro bedoeld is ter bescherming van de seksuele integriteit van minderjarigen die geacht worden niet of onvoldoende in staat te zijn hun wil te bepalen. Het toestaan of niet ingrijpen bij het betasten van de penis door een kind wordt als ontuchtig handelen beschouwd, ongeacht de intentie van de verdachte.
De Hoge Raad stelt echter vast dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig en onduidelijk is, omdat het plegen van ontucht niet gelijkgesteld kan worden met het dulden ervan. Het enkel laten vastpakken levert geen plegen van ontucht op en het middel van verleiden is niet adequaat omschreven. Hierdoor is het arrest van het hof niet houdbaar en wordt het vernietigd, evenals de inleidende dagvaarding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens een onduidelijke en innerlijk tegenstrijdige tenlastelegging, met nietigverklaring van de dagvaarding tot gevolg.