ECLI:NL:HR:2003:AF6587
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige
De zaak betrof een verdachte die tussen 1 maart 2000 en 12 december 2000 in Noordwijk meerdere ontuchtige handelingen pleegde met een minderjarig meisje dat nog geen 16 jaar was. Het hof had vastgesteld dat verdachte het slachtoffer had toegestaan zijn penis vast te pakken, zonder zelf seksuele handelingen te verrichten.
De verdediging voerde aan dat het enkele laten vastpakken van de penis geen strafbaar feit opleverde omdat verdachte het slachtoffer niet zelf had aangeraakt en geen seksuele intenties had. Ook ontkende hij het slachtoffer opzettelijk te hebben verleid tot ontuchtige handelingen.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het toestaan van het betasten door het slachtoffer zelf al een schending van de seksuele integriteit van het kind vormt, ongeacht de intentie van verdachte. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat artikel 247 Sr Pro bedoeld is ter bescherming van de seksuele integriteit van jeugdigen die daartoe niet of onvoldoende in staat zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en dat het cassatieberoep faalde. Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Davids en uitgesproken op 9 september 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de 16 jaar en wijst het cassatieberoep af.