ECLI:NL:PHR:2003:AF6203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verzekerbaar belang bij arbeidsongeschiktheidspensioen en sommen- versus schadeverzekering
In deze zaak staat centraal de vraag of een arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering een sommenverzekering of een schadeverzekering is en of er ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid een verzekerbaar belang bestond. [Eiser], directeur en aandeelhouder van een BV, had een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij Nationale Nederlanden. Nationale Nederlanden had de verzekering per 1 januari 1991 beëindigd wegens het ontbreken van een verzekerbaar belang, omdat het feitelijk genoten salaris van [eiser] sinds 1991 vrijwel nihil was.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat het arbeidsongeschiktheidspensioen een schadeverzekering betreft, waarbij de uitkering gerelateerd is aan het inkomen uit arbeid. Het Hof stelde dat er geen verzekerbaar belang bestond omdat het inkomen in 1993 lager was dan het verzekerd bedrag. [Eiser] voerde aan dat de verzekering een sommenverzekering was en dat zijn verdiencapaciteit verzekerd was, en dat het feitelijke inkomen niet doorslaggevend mocht zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat het hier gaat om een schadeverzekering die gebaseerd is op het inkomen uit arbeid dat wegvalt door arbeidsongeschiktheid. De Hoge Raad oordeelt dat het verzekerbaar belang aanwezig moet zijn op het moment van het onzeker voorval. Tevens wordt overwogen dat in het geval van een directeur-grootaandeelhouder het feitelijk inkomen betrekkelijk is en dat het ontbreken van een schriftelijke loonvordering niet per se betekent dat er geen verzekerbaar belang is. De Hoge Raad vernietigt de bestreden arresten en wijst op de noodzaak van nader onderzoek naar het bestaan van een verzekerbaar belang.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bestreden arresten en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het verzekerbaar belang.