ECLI:NL:PHR:2003:AF4595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeldige volstorting aandelen in besloten vennootschap wegens gebruik middelen van vennootschap zelf
Deze zaak betreft de vraag of de aandelen in de besloten vennootschap Bas-C B.V. rechtsgeldig zijn volgestort. De curator stelde dat de aandelen niet waren volgestort omdat de storting van ƒ 40.000,-- was gedaan met middelen die afkomstig waren van de vennootschap zelf, namelijk via een bankrekening van de B.V. in oprichting (B.V. i.o.) waarover de oprichter vrijelijk kon beschikken. Het hof had geoordeeld dat hiermee aan de stortingsplicht was voldaan, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel.
De Hoge Raad benadrukt dat het minimumkapitaal daadwerkelijk en onbezwaard aan de vennootschap ter beschikking moet zijn gesteld en dat de middelen niet rechtstreeks of indirect ten laste van de vennootschap zelf mogen zijn gekomen. Het gebruik van middelen die afkomstig zijn van de vennootschap zelf, ook in de oprichtingsfase, kan niet worden aangemerkt als een geldige kapitaalstorting. Dit volgt uit het doel van het minimumkapitaal om crediteuren zekerheid te bieden over de beschikbaarheid van middelen.
De Hoge Raad stelt dat de door het hof aangenomen situatie waarin de oprichter vrij over het banksaldo van de B.V. i.o. kon beschikken, niet leidt tot een geldige storting. De beschikking over de rekening van de B.V. i.o. geldt immers als een beschikking van de vennootschap zelf, zeker na bekrachtiging van de gestelde transacties. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof wegens ongeldige volstorting van aandelen.