ECLI:NL:PHR:2003:AF2845
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid COA tot beëindiging opvang asielzoekers zonder afzonderlijk besluit
In deze zaak stond centraal de vraag of het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bevoegd is om de opvang van asielzoekers te beëindigen zonder een afzonderlijk bestuursrechtelijk besluit. Eisers, afkomstig uit Irak, hadden hun asielaanvragen ingediend en verbleven in een AZC te Werkendam. Na afwijzing van hun aanvragen en het verstrijken van de finale vertrektermijn van 28 dagen, weigerden zij het AZC te verlaten. Het COA vorderde daarop ontruiming via de civiele rechter.
Eisers voerden aan dat het COA op grond van de Wet COA als zelfstandig bestuursorgaan bevoegd is tot het nemen van een afzonderlijke beëindigingsbeschikking, en dat de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 (Rva 1997) en de Nadere instructie uitvoering Rva 1997 niet verbindend zijn omdat zij door een lagere overheid zijn vastgesteld dan de wettelijk aangewezen minister. Het hof en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierpen deze verweren, stellende dat de Rva 1997 verbindend is en dat bevoegdheden rechtsgeldig bij Koninklijk Besluit zijn overgedragen aan de Minister van Justitie.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en overwoog dat het COA zijn bestuursbevoegdheden ontleent aan de Rva 1997 en dat deze regeling rechtsgeldig is vastgesteld. De bevoegdheid tot beëindiging van de opvang is niet exclusief aan het COA toegekend in de Wet COA, maar kan door ministeriële regeling worden gewijzigd. De overdracht van bevoegdheden tussen ministers via Koninklijk Besluit is rechtsgeldig en vereist geen formele wetswijziging. Het beroep van eisers werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt verworpen; het COA hoeft geen afzonderlijk besluit te nemen om opvang te beëindigen.