ECLI:NL:PHR:2003:AF2844
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geldigheid en uitleg van concurrentiebeding bij detachering en boetebeding in arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat de geldigheid en uitleg van een concurrentiebeding centraal, dat is overeengekomen tussen een werknemer en zijn werkgever LAN-Alyst, een detacheringsbedrijf in de automatiseringsbranche. De werknemer trad na beëindiging van zijn dienstverband in dienst bij Syntegra, een concurrent van LAN-Alyst, terwijl het concurrentiebeding hem verbood werkzaamheden te verrichten die tot het activiteitenpakket van LAN-Alyst behoren. LAN-Alyst vorderde boetes en terugbetaling van studiekosten wegens overtreding van dit beding.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de werkzaamheden van de werknemer bij Syntegra onder het activiteitenpakket van LAN-Alyst vallen en dat het concurrentiebeding niet onredelijk bezwarend is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het concurrentiebeding ook na intrekking van het belemmeringsverbod in de Arbeidsvoorzieningswet (Avw) blijft gelden, omdat toetsing plaatsvindt naar de wetgeving op het moment van het sluiten van het beding.
Verder overweegt de Hoge Raad dat het boetebeding verbonden aan het concurrentiebeding niet onder de bepalingen van art. 7:650 BW Pro valt, die eisen stellen aan de bestemming van boetes, omdat het een lex specialis betreft die zich onderscheidt van disciplinaire boetes tijdens het dienstverband. De Hoge Raad verwerpt daarmee de cassatiegrond dat het boetebeding nietig zou zijn wegens het ontbreken van een bestemming.
De Hoge Raad bevestigt dat het concurrentiebeding in deze context toelaatbaar is en dat de belangenafweging tussen werkgever en werknemer zorgvuldig is gemaakt. De werknemer wordt geacht te begrijpen dat het beding hem verbiedt om na het dienstverband soortgelijke werkzaamheden bij opdrachtgevers van de werkgever te verrichten. De zaak wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het concurrentiebeding en boetebeding worden als geldig bevestigd.