ECLI:NL:PHR:2003:AF1886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat werkgever overhevelingstoeslag aan werknemer moet betalen ondanks onverzekerdheid
Deze zaak betreft vorderingen van offshore werknemers tegen hun werkgevers over de overhevelingstoeslag die zij ontvingen in de periode 1 januari 1990 tot 1 januari 1992. Destijds gingen partijen ervan uit dat werknemers verplicht verzekerd waren volgens de volksverzekeringen, maar later bleek dat dit niet het geval was voor arbeid op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat buiten de territoriale wateren.
De werkgevers betaalden de toeslag en werknemers betaalden premies die zij later konden terugvorderen van de belastingdienst. Werkgevers eisten daarop terugbetaling van de toeslagen, maar de Hoge Raad bevestigt dat de arbeidsovereenkomst een leemte vertoonde die op grond van redelijkheid en billijkheid moet worden aangevuld. Dit betekent dat de werkgever verplicht is de toeslag te betalen en deze niet kan terugvorderen op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank had de vordering van de werknemer tot restitutie van reeds terugbetaalde toeslagen toegewezen, en de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de werkgever. De Hoge Raad benadrukt dat het niet relevant is of de werknemer al in dienst was vóór de inwerkingtreding van de wetgeving, en dat de billijkheidscorrectie ook geldt als de leemte pas later aan het licht kwam.
De Hoge Raad oordeelt tevens dat de stelplicht en bewijslast correct zijn toegepast door de rechtbank en dat onvoldoende feiten zijn gesteld waaruit een overeenkomst tot terugbetaling kan worden afgeleid. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de werkgever de overhevelingstoeslag aan de werknemer moet betalen en deze niet kan terugvorderen.