ECLI:NL:PHR:2003:AF1560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verjaring vordering onverschuldigde betaling aan rechtsopvolger
In deze civiele procedure vordert eiser terugbetaling van een bedrag van fl. 30.156 dat hij of de door hem bestuurde vennootschap aan Bouwmarkt, rechtsopvolger van B BV, heeft betaald. De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, een oordeel dat het hof bekrachtigde.
De kern van het geschil betreft de vraag wie de betaling heeft verricht en aan wie deze is gedaan. Het hof oordeelde dat eiser in zijn hoedanigheid als directeur van A BV heeft betaald aan B BV en dat eiser en betrokkene 1 in privé geen zakelijke relaties hadden. De betaling werd gedaan als zekerheid en was onverschuldigd, maar eiser stelde de verjaringstermijn niet tijdig te hebben gestuit.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verjaring niet werd gestuit en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet bekend was met de ontvanger van de betaling. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de vordering verjaard is en de overige klachten niet tot cassatie leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vordering tot terugbetaling verjaard is.