ECLI:NL:PHR:2003:AE9247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en verrekening binnen fiscale eenheid omzetbelasting
Deze zaak betreft de vraag in hoeverre de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting kan verrekenen met teruggaven binnen een fiscale eenheid bestaande uit meerdere vennootschappen. De fiscale eenheid was geregistreerd met een landelijk vastnummer, met subnummers voor de afzonderlijke vennootschappen. Naheffingsaanslagen uit 1987 en 1988 betroffen omzetbelasting verschuldigd door specifieke vennootschappen binnen die eenheid.
De eiseressen vorderden uitbetaling van teruggaven en een verbod op verdere verrekening door de Belastingdienst. Zowel de rechtbank als het hof wezen deze vorderingen af. In cassatie werd betoogd dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot verrekening op grond van het legaliteitsbeginsel en burgerlijk recht.
De conclusie van de advocaat-generaal benadrukt dat naheffingsaanslagen omzetbelasting uitsluitend tegenover de vennootschappen kunnen worden ingeroepen die materieel de belasting verschuldigd zijn, ook al behoren zij tot een fiscale eenheid. De fiscale eenheid is geen civielrechtelijk rechtssubject en hoofdelijkheid van aansprakelijkheid voor omzetbelasting binnen de fiscale eenheid bestond niet vóór 1 januari 1989. Verrekening van teruggaven met schulden is slechts toegestaan indien de betrokken vennootschappen deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid gedurende de relevante tijdvakken.
De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het hof en verwijzing naar een ander hof. De bijlage bij de conclusie geeft een uitgebreide analyse van het begrip fiscale eenheid, de aansprakelijkheid van de onderdelen, en de toepasselijkheid van wettelijke bepalingen zoals de Invorderingswet 1990 en de Wet OB 1968.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof vanwege onjuiste toepassing van het verrekeningsrecht binnen de fiscale eenheid.