ECLI:NL:PHR:2003:AE9246
Parket bij de Hoge Raad
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van hoofdelijke aansprakelijkheid en verrekening binnen fiscale eenheid omzetbelasting
In deze zaak staat de vraag centraal of de Belastingdienst vorderingen uit naheffingsaanslagen omzetbelasting mag verrekenen met teruggaafbeschikkingen binnen een fiscale eenheid, ondanks wijzigingen in de samenstelling van die eenheid.
De fiscale eenheid 'De Beuk' kreeg naheffingsaanslagen opgelegd over perioden vóór 1989, terwijl de teruggaafbeschikkingen betrekking hadden op de latere fiscale eenheid 'Transveer', die was ontstaan na verkoop en wijziging van onderdelen van 'De Beuk'. De ontvanger verrekende bedragen uit de teruggaven met openstaande naheffingsaanslagen, wat door de belanghebbenden werd betwist.
De Hoge Raad stelt dat voor toepassing van art. 24, lid 2, eerste volzin, Invorderingswet 1990, de belastingschuldige bij de naheffingsaanslagen en de teruggaven dezelfde moet zijn. Door de materiële verschillen in samenstelling van de fiscale eenheid en de tijdvakken waarop de aanslagen en teruggaven betrekking hebben, is hier sprake van verschillende belastingschuldigen. De verrekening is daarom niet geoorloofd.
Verder bespreekt de Hoge Raad de rechtsontwikkeling rond hoofdelijke aansprakelijkheid binnen fiscale eenheden, waarbij vóór 1989 geen wettelijke basis bestond voor hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderdelen. Ook wordt ingegaan op de betekenis van de verwevenheid van de fiscale eenheid en de noodzaak van een beschikking van de inspecteur voor het bestaan ervan. De Hoge Raad benadrukt het belang van rechtszekerheid en een evenwichtige uitleg van het begrip belastingschuldige in relatie tot fiscale eenheden.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat verrekening van naheffingsaanslagen en teruggaafbeschikkingen binnen een fiscale eenheid niet is toegestaan indien deze betrekking hebben op verschillende belastingschuldigen door wijzigingen in de samenstelling van de fiscale eenheid.