ECLI:NL:PHR:2003:AE5288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank over uitlevering Nederlander aan VS wegens legaliteitsbeginsel
De zaak betreft een verzoek van de Verenigde Staten om uitlevering van een Nederlandse onderdaan ter vervolging. De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde de uitlevering op 21 mei 2002 ontoelaatbaar, omdat het feitencomplex ten tijde van het plegen niet strafbaar was naar Nederlands recht, en de teruglevering van de veroordeelde aan Nederland niet gegarandeerd was, wat volgens de rechtbank in strijd was met het legaliteitsbeginsel uit de Grondwet en het Wetboek van Strafrecht.
De Officier van Justitie stelde beroep in cassatie in, stellende dat de rechtbank ten onrechte vooruitliep op de exequaturprocedure en dat de terugkeergarantie niet door de rechter bij de toelaatbaarheid van uitlevering mag worden betrokken. De Hoge Raad oordeelde dat de terugkeergarantie een beslissing van de Minister is en niet van de rechter, en dat de rechter de mogelijke uitkomst van een exequaturprocedure niet mag meewegen bij het oordeel over uitlevering.
Voorts bepaalde de Hoge Raad dat het vereiste van dubbele strafbaarheid bij een exequaturprocedure beoordeeld wordt naar het recht op het moment van de beslissing over de overdracht van de tenuitvoerlegging. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en gaf opdracht de zaak opnieuw te behandelen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad over een procedurele kwestie dat het beroep in cassatie van de Officier van Justitie niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de cassatietermijn zonder geldige reden, waardoor het beroep niet ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis rechtbank over uitlevering en verklaart cassatieberoep OM niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.