ECLI:NL:PHR:2002:AF0625
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende motivering omtrent opzetheling en recht op raadsman
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf wegens schuldheling. Hij had een generator achter zijn woning geplaatst, waarvan hij vermoedde dat deze van diefstal afkomstig kon zijn. Verdachte verzocht het Hof om aanhouding van de zaak om bijstand van zijn raadsman te verkrijgen, maar dit verzoek werd zonder motivering afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel art. 330 Sv Pro niet expliciet motivering eist bij afwijzing van een verzoek tot aanhouding, motivering wel noodzakelijk is om controle door de cassatierechter mogelijk te maken, zeker bij het recht op bijstand van een raadsman zoals verankerd in art. 6 EVRM Pro. Het Hof had het verzoek onvoldoende gemotiveerd afgewezen, maar dit was niet onbegrijpelijk omdat het verzoek voortkwam uit eigen schuld van verdachte.
Daarnaast stelde verdachte dat het Hof ten onrechte zijn eerdere verklaring gebruikte als bewijs terwijl hij die had ingetrokken. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijswaardering aan het Hof is en dat het niet verplicht is te motiveren waarom een eerdere verklaring wordt gebruikt.
Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van de generator redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een misdrijfgoed betrof. De bewezenverklaring was onvoldoende omkleed en daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar een ander Hof.