ECLI:NL:PHR:2002:AE9393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid koude uitsluiting in huwelijkse voorwaarden en afwijzing verdeling huwelijksvermogen
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verdeling van vermogen na echtscheiding, waarbij huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting waren overeengekomen. De vrouw vorderde onder meer tenaamstelling van bankrekeningen en eigendom van bepaalde goederen, terwijl de man verdeling van het tijdens het huwelijk gezamenlijk opgebouwd vermogen wilde afdwingen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de koude uitsluiting rechtsgeldig is en dat geen sprake is van een vermogensrechtelijke gemeenschap die verdeling rechtvaardigt. Het hof stelde vast dat sommige goederen gemeenschappelijk eigendom waren door schijnhandelingen, maar wees bewijsaanbod van de man af wegens onvoldoende specificatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man, bevestigde dat de koude uitsluiting geen slavernij of dienstbaarheid inhoudt in de zin van artikel 4 EVRM Pro, en oordeelde dat de wettelijke bepalingen omtrent huwelijkse voorwaarden en vermogensrechtelijke gemeenschap geen verplichting tot verdeling van het huwelijksvermogen na echtscheiding opleggen. Ook werden proceskostenveroordelingen besproken, waarbij geen afwijking van de gebruikelijke eigen kostenregeling werd aangewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de koude uitsluiting in huwelijkse voorwaarden wordt bevestigd als rechtsgeldig.