ECLI:NL:PHR:2002:AE8903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering bij verwerping detentieongeschiktheid blinde verdachte
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, wegens meervoudige zedendelicten binnen zijn gezin. Zijn raadsman voerde aan dat verdachte detentieongeschikt is vanwege zijn blindheid en het onvermogen een geleidehond mee te nemen in de gevangenis, waardoor een gevangenisstraf voor hem driemaal zo zwaar zou zijn. Het hof nam dit verweer niet expliciet in behandeling, hoewel het wel rekening hield met persoonlijke omstandigheden bij de strafoplegging.
De advocaat-generaal stelde dat de handicap geen belemmering vormt voor detentie omdat passende maatregelen mogelijk zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende verantwoording heeft gegeven voor het negeren van het beroep op detentieongeschiktheid, terwijl het verweer voldoende gemotiveerd was. Het hof had expliciet moeten ingaan op dit verweer, mede gelet op de uitzonderlijke aard van de handicap.
De Hoge Raad verwijst het geschil terug naar een ander hof voor hernieuwde berechting en uitspraak over de strafoplegging. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het verwerpen van een beroep op detentieongeschiktheid, vooral bij bijzondere handicaps zoals blindheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij verwerping van het beroep op detentieongeschiktheid van de blinde verdachte.