ECLI:NL:PHR:2002:AE8172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontbindende voorwaarde in huurovereenkomst en retentierecht woning
Eisers, echtgenoten die in gemeenschap van goederen waren getrouwd, verkochten in 1993 hun woning aan betrokkene 1 met een winstdelingsregeling en ontbindende en opschortende voorwaarden. Eisers bleven in de woning wonen. Betrokkene 1 werd failliet verklaard in 1997, waarna de curator de woning verkocht aan verweerder. Verweerder vorderde ontruiming en schadevergoeding omdat eiser zonder geldige titel de woning gebruikte.
Eiser voerde aan dat er sprake was van een huurovereenkomst waarbij de huurprijs bestond uit werkzaamheden en dat hij een retentierecht had op grond van de winstdelingsregeling. Het hof wees deze verweren af, oordeelde dat de ontbindende voorwaarde was ingetreden en dat eiser geen rechten als huurder kon ontlenen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof art. 7A:1623n BW onjuist had toegepast, omdat ontbindende voorwaarden in huurovereenkomsten van woonruimte nietig zijn. Ook was het oordeel over het retentierecht onjuist, omdat de wetgever niet wilde dat het retentierecht vervalt door een onrechtmatige ontruiming. De Hoge Raad vernietigde het arrest en gaf een uitgebreide motivering over de toepasselijkheid van huurrechtelijke beschermingsregels en retentierecht in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onjuiste toepassing van art. 7A:1623n BW en art. 3:294 BW en verwijst de zaak voor verdere behandeling.