ECLI:NL:PHR:2002:AE7940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wanbeleid bij De Vries Robbé Groep en verwerpt cassatieberoepen
De zaak betreft cassatieberoepen tegen uitspraken van de ondernemingskamer (OK) bij het gerechtshof Amsterdam over een enquête bij De Vries Robbé Groep N.V. De enquête werd gehouden naar aanleiding van verzoeken van De Vries Robbé zelf en de advocaat-generaal. De OK concludeerde dat er sprake was van wanbeleid in de periode van 1 april 1997 tot en met 23 maart 1998.
De feiten betreffen een complexe transactie waarbij BTG Holdings B.V. drie dochtervennootschappen inbracht in Mulder Boskoop N.V., dat later De Vries Robbé Groep N.V. werd. De transactie en beursgang werden voorbereid met due diligence-onderzoeken en een fairness opinion, maar later ontstonden twijfels over de werkelijke waarde van de ingebrachte vennootschappen en de financiële positie van BTG.
De OK oordeelde dat de transactie niet in het belang was van De Vries Robbé, dat elementaire beginselen van zorgvuldigheid niet in acht waren genomen, en dat diverse bestuurders en commissarissen, waaronder de verzoeker, verantwoordelijk waren voor het wanbeleid. De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde het oordeel van de OK, ook over de verantwoordelijkheid voor het onjuiste beleid en de kostenveroordeling.
De Hoge Raad benadrukte dat de OK niet gebonden is aan het oordeel van de onderzoeker en dat de norm voor individuele aansprakelijkheid strenger is dan die voor kostenveroordeling. Tevens werd bevestigd dat de enquêteprocedure zich onderscheidt van aansprakelijkheidsprocedures. Alle ingebrachte middelen faalden, waarna het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt wanbeleid bij De Vries Robbé en wijst het cassatieberoep af.