ECLI:NL:PHR:2002:AE6863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijs DNA en schending redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging, gebaseerd op DNA-bewijs gevonden op een glasscherf op de plaats delict. Verdachte stelde dat het bloed op de glasscherf van elders afkomstig kon zijn, maar gaf geen concrete feiten die nader onderzoek rechtvaardigden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het DNA-bewijs als doorslaggevend bewijs heeft beschouwd, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de mogelijkheid dat het bloed van een familielid van verdachte afkomstig zou kunnen zijn, werd uitgesloten. Dit is van belang omdat DNA-profielen van familieleden aanzienlijk vaker overeenkomen dan die van willekeurige personen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de behandeling van het cassatieberoep niet binnen de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro heeft plaatsgevonden, waardoor het recht op een tijdige berechting is geschonden. Om die redenen vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent DNA-bewijs en schending van de redelijke termijn; de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.