ECLI:NL:PHR:2002:AE6122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing getuigenoproeping en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Hof Arnhem vernietigd. Het hof had het verzoek van de verdediging om twee getuigen-deskundigen op te roepen afgewezen met een onjuiste maatstaf, waarbij het art. 288 Sv Pro ten onrechte niet van toepassing werd geacht. De Hoge Raad stelt dat art. 288 Sv Pro wel degelijk van toepassing is op het verzoek, ook bij een hervatting van het onderzoek na schorsing.
Daarnaast is geoordeeld dat de behandeling van de zaak in cassatie onredelijk lang heeft geduurd, met name de periode tussen het instellen van het cassatieberoep op 5 oktober 2000 en de ontvangst van de stukken op 11 januari 2002. Dit leidt tot vernietiging van het arrest en verwijzing naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
De Hoge Raad bevestigt dat de eerdere behandeling in eerste aanleg en hoger beroep geen onredelijke vertraging opleverde, mede omdat de verdediging instemde met de procedure. Het beroep op overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt gegrond verklaard. De zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling, waarbij het hof bij veroordeling rekening moet houden met de overschrijding van de termijn.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.