Uitspraak
[woonplaats], thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noordsingel" te Rotterdam.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van meerdere feiten, waaronder het handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie (Wwm), en deelname aan een criminele organisatie. Het hof legde een gevangenisstraf van tien jaar op.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de gewijzigde Wwm-bepalingen toepaste die niet gunstiger waren voor de verdachte, en corrigeerde de kwalificatie van het wapengebruik naar de oude Wwm-regeling. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
Verder verwierp de Hoge Raad klachten over het niet verstrekken van informatie over een informant aan de verdediging en het verzoek tot herhaling van getuigenverhoor, omdat het hof hier zorgvuldig mee was omgegaan. Uiteindelijk werd de straf verminderd met vier maanden tot negen jaar en acht maanden gevangenisstraf.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van tien jaar naar negen jaar en acht maanden en de kwalificatie van het wapengebruik is gecorrigeerd naar de oude Wwm-bepalingen.