ECLI:NL:PHR:2002:AE4472
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht van werkgever tot brutering van naheffingsaanslag loonbelasting ondanks verhaalsbelemmering
De zaak betreft een gemeente die in 1990 aan haar werknemers een bedrag van ƒ 110,- uitkeerde als vermeende belastingvrije feestdagengratificatie. Later werd vastgesteld dat deze uitkering niet onder de feestdagenvrijstelling viel, waarna de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde. De gemeente gaf aan de naheffing niet op de werknemers te zullen verhalen, waarna een tweede naheffingsaanslag volgde die brutering toepaste.
Het hof verwierp de argumenten van de gemeente dat verhaal op de werknemers onaanvaardbaar was en dat er bijzondere omstandigheden waren die brutering zouden verhinderen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het verhaalsrecht van de werkgever voortvloeit uit het arbeidsrecht en het Burgerlijk Wetboek, tenzij partijen anders overeenkomen of het in strijd is met redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad stelt dat de gemeente door haar handelen en communicatie met de werknemers het risico van de verhaalsbelemmering zelf heeft gecreëerd. Daardoor is brutering gerechtvaardigd. De uitspraak bevestigt dat de werkgever het voordeel van het niet-verhaal als loon moet aanmerken en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag met brutering, waarmee de werkgever de loonbelasting voor eigen rekening neemt en deze als loon aanmerkt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag met brutering.