ECLI:NL:PHR:2002:AE2183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtspositie van leerkracht beroepsonderwijs bij samenloop zwangerschapsverlof en schoolvakantie
In deze zaak staat centraal of een lerares in het bijzonder beroepsonderwijs recht heeft op compensatie van vakantieverlof dat samenvalt met haar zwangerschaps- en bevallingsverlof, terwijl deze periode ook samenvalt met schoolvakanties. De lerares vorderde compensatie omdat de Stichting dit weigerde, stellende dat dit een verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen oplevert.
De kantonrechter wees de vordering toe, de rechtbank bekrachtigde dit vonnis maar op andere gronden. De rechtbank oordeelde dat de vakantieregeling in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO) zodanig moet worden uitgelegd dat de lerares recht heeft op evenveel vakantieverlofdagen als het aantal schoolvakantiedagen, en dat het ontbreken van compensatie discriminerend is.
De Hoge Raad stelt dat het RpbO niet het aantal vakantieverlofdagen bepaalt en dat de regeling in de cao BVE 1998-1999, die verwijst naar art. I-C2 RpbO, moet worden uitgelegd in lijn met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van compensatie mogelijk een indirect onderscheid oplevert dat nader onderzoek vereist. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof voor verdere beoordeling van de discriminatiegrondslag en mogelijke compensatie.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof voor nadere beoordeling van het onderscheid en compensatie.